De 1.000 meter beloofde spektakel en het werd spektakel.
Femke Kok voerde de druk op voor concurrente en favoriet Jutta Leerdam. In rit dertien kwam Friezin Kok in actie tegen Brittany Bowe, meervoudig wereldkampioen uit Amerika. Kok werd luid aangemoedigd en reed een spectaculaire rit die eindigde in 1.12,59. Bijna twee tellen sneller dan Brittany Bowe, op dat moment tweede.
In de laatste rit kwam Miho Takagi sneller uit de startblokken dan Leerdam. Op de eerste kruising kon Leerdam naar Takagi toe en de Nederlandse was na zeshonderd meter iets sneller dan Kok. Takagi verloor terrein. Leerdam eindigde in 1.12,31 en was de snelste van allemaal.
Na de finish stak Leerdam twee armen in de lucht en stopte bij de tribune waar haar familie en de koninklijke familie zaten. Leerdam maakte een hartje met haar handen.
Favoriet, Schulting start vroeg
Leerdam was de grote favoriet voor de titel. Femke Kok won dit jaar weliswaar de wereldbeker, maar Leerdam miste één wedstrijd. Een toerbeurt die waarschijnlijk genoeg punten had opgeleverd voor de wereldbeker op de kilometer. Opvallend genoeg ontliepen Kok (1.12,36, Calgary) en Leerdam (1.12,35 in Salt Lake City) elkaar dit jaar nauwelijks als je naar de snelste tijden in de wereldbeker kijkt.
Femke Kok voorafgaand aan de 1.000 meter. © ANP
Wat konden Suzanne Schulting, olympisch debutante op de langebaan, en Femke Kok, winnares van één wereldbekerwedstrijd en het wereldbekerklassement? Schulting mocht dat als eerste laten zien in de eerste rit. Schulting werd onder luid gejuich onthaalt. De 28-jarige opende in 17,85 en stak direct voorlangs bij haar Italiaanse opponente en eindigde in 1.15,46, ver boven haar persoonlijk record. ,,Het is gewoon niet hard genoeg”, zei Schulting tegen de NOS. Eén record sneuvelde daarmee wel vlot: Meike Veen raakte haar baanrecord van 1.16,61 kwijt.
De tijd van Schulting was na acht ritten, bij de dweilpauze, nog altijd de snelste. Na de dweil was Erin Jackson sneller: 1.15,00. Het ijs leek zwaar voor de rijdsters.
Geschiedenis
Nederland veroverde voorafgaand aan Milaan tien olympische medailles op de 1.000 meter: vier keer goud, vier keer zilver en twee keer brons. De titels gingen naar Carry Geijssen (1968), Timmer (1998 en 2006) en Ter Mors (2018). Sinds 2006, de Winterspelen in Turijn, won Nederland iedere vier jaar een olympische medaille op de duizend meter met titels voor Timmer (2006) en Ter Mors (2018).
Op de dag van de wedstrijd kwam een onderzoek naar buiten van bijzonder hoogleraar Sporteconomie Ruud Koning uit Groningen en de Canadese topschaatser Antoine Roger. Daaruit bleek dat schaatsers die in de binnenbaan starten, voordeel hebben ten opzichte van schaatsers die in de buitenbaan begonnen. De Nederlanders begonnen allemaal in de buitenbaan.