Luister naar D66, CDA en VVD en je hoort voortdurend: we moeten nou eenmaal moeilijke keuzes maken. De wereld wordt vijandiger, de vergrijzing is begonnen. Dus wil het nieuwe kabinet heel veel meer uitgeven aan defensie, de belastingen verhogen, en snijden in de uitgaven aan de zorg en de sociale zekerheid. Het idee: in die vijandiger wereld moet Nederland sterker staan.
De belastingverhoging heet een ‘vrijheidsbijdrage’. Dat suggereert: kom, jongens, schouders eronder, iedereen moet wat bijdragen aan de veiligheid. Maar de lasten en de gevolgen van de sprong in de defensie-uitgaven komen niet naar draagkracht bij Nederlanders terecht. En dat is gek, want als je sterker wil staan laat je de mensen met de meeste draagkracht en weerbaarheid het meeste bijdragen, en voorkom je dat de rekening hoger wordt voor kwetsbaardere groepen.
Eén groep draagkrachtigen wordt ontzien, schreef ik hier vorige week: de mensen die nu weinig belasting betalen over hun aanzienlijke vermogen. Het gaat om mensen met vermogen in een bv die de mazen in het belastingstelsel kennen, niet toevallig vaak ook de meest vermogende mensen van Nederland. En ja, ook bemiddelde Nederlanders met een afbetaald eigen huis betalen weinig belasting over dat vermogen.
Ondanks een stapel adviezen om de belastingen op vermogensinkomsten nou eindelijk eens gelijker te trekken en die te verhogen voor de groep die nu weinig betaalt, verandert het kabinet-Jetten daar weinig aan. In plaats daarvan doet het nieuwe kabinet precies wat die stapel adviezen ontraadt: de belasting op werk verhogen. Dat terwijl het aandeel werkenden door de vergrijzing daalt en vermogen een steeds grotere rol gaat spelen.
Er zijn meer van die scheve keuzes. Neem de manier waarop de nieuwe coalitie staatspensioen AOW betaalbaarder zegt te willen maken. Het kabinet-Jetten wil de pensioenleeftijd een op een te laten meestijgen met de levensverwachting. Eén jaar langer leven zou vanaf 2033 een heel jaar langer werken betekenen, als het aan het kabinet ligt. Dat is nu acht maanden op een jaar langer leven.
Dat raakt mensen met lagere inkomens het hardst. Zij beginnen vaak jonger met werken en hebben vaker zwaar werk. Bovendien leven ze gemiddeld korter. Ze moeten dus langer werken en kunnen gemiddeld minder lang van hun pensioen genieten dan mensen met hogere inkomens. Mede daarom werd, na kritiek van vele deskundigen, de eerder al voorgenomen één op één koppeling in 2019 verzacht. Dus de vakbonden stonden destijds bepaald niet alleen in hun kritiek.
D66, VVD en CDA hadden ook een andere keuze kunnen maken, die deze zomer nog werd aangeraden door de Studiegroep Begrotingsruimte met daarin onder anderen de president van De Nederlandsche Bank. Namelijk: laat gepensioneerden ook AOW-premie betalen. Dat zou gepensioneerden met alleen AOW ontzien en juist van „draagkrachtige gepensioneerden met een groot aanvullend pensioen” een bijdrage vragen, aldus de studiegroep. Zo komen niet alle lasten van de vergrijzing op de schouders van werkenden te liggen.
En dan zijn er nog de versoberingen van werkloosheidsuitkering WW en arbeidsongeschiktheidsuitkering WIA die het kabinet-Jetten wil doorvoeren. Jetten zegt adviezen van deskundigen op te volgen: om de sociale zekerheid ‘activerender’ te maken en de uitvoeringsproblemen in de WIA op te lossen.
Maar het kabinet doet dat selectief: naast versobering was er volgens de adviescommissies ook extra hulp nodig voor mensen die werkloos en arbeidsongeschikt zijn. Bijvoorbeeld bij omscholing of terugkeer naar werk. De coalitie schrijft in het regeerakkoord wel die hulp te willen versterken, maar er is weinig budget voor gereserveerd. Terwijl de bezuinigingen op de WW en WIA wél zijn ingeboekt, en het kabinet schrijft „binnen de financiële kaders” met de vakbonden en de bedrijvenlobby verder te willen praten. Niet gek dat hoogleraren in NRC constateerden dat hier de bezuinigingen leidend lijken, en niet een verbetering van de sociale zekerheid. De kleine lettertjes stellen niet gerust.
De veranderingen waarvoor Nederland staat, zijn breder dan geopolitiek
Het grotere punt is dit: sterk staan in een onzekere wereld gaat over meer dan defensie en financiële degelijkheid. De veranderingen waarvoor Nederland staat, zijn breder dan geopolitiek, ook al is de impact groot van een breuk met de VS en een agressiever en machtiger China. Ook AI zou de economie en hoe we werken drastisch kunnen veranderen. Net als de energietransitie en klimaatverandering.
De grote vraag is: wordt Nederland fitter, sterker en leniger van de plannen van het kabinet-Jetten? Kunnen we beter klappen incasseren, terugveren en ons snel aanpassen? Bouwt het nieuwe kabinet aan een samenleving die wendbaar is, maar ook beschutting biedt?
Nou is het voorbarig om daar al een definitief antwoord op te geven. Plannen moeten nog worden uitgewerkt. En het minderheidskabinet moet op zoek naar maatschappelijke en politieke steun. Bovendien heeft het kabinet ook allerlei zinnige voornemens. Het zou enorme winst zijn als het kabinet het stikstofprobleem eindelijk aanpakt. Ook is er in het regeerakkoord veel aandacht voor onderwijs, innovatie en lijkt de gezondheidszorg toekomstbestendiger te worden gemaakt.
Maar toch: als je met deze vragen – fitter, sterker, leniger – in het achterhoofd naar het regeerakkoord kijkt, is het wrang dat bepaalde draagkrachtigen worden ontzien, terwijl voor sommige kwetsbaardere groepen de rekening relatief hoog dreigt te worden.